Van 34% wiskundetoppresteerders in 2003 naar 12% vandaag. De leeskloof tussen jongens en meisjes verdubbeld. In het bso haalt drie kwart de lat niet. PISA 2025 maakt de dalende trend niet alleen zichtbaar, maar ook urgent.
PISA test elke drie jaar wat 15-jarigen in 91 landen weten en kunnen. De editie 2025 bevestigt: 29% van de Vlaamse 15-jarigen beschikt niet over de leesvaardigheid die nodig is om volwaardig mee te draaien in de samenleving. In het bso loopt dat op tot 75%. Bij jongens haalt 35% het basisniveau voor lezen niet.
Het is niet louter Vlaams. Heel Europa ziet scores dalen. Maar Vlaanderen daalt op lange termijn sneller, en dat terwijl we ooit bij de absolute top stonden. Voor wiskunde had Vlaanderen in 2003 meer dan 34% toppresteerders, vandaag zijn dat er nog 12%. Het omslagpunt: rond 2018 kruisten de curves van laagpresteerders en toppresteerders elkaar voor het eerst. Sindsdien zijn er voor elke wiskundetopper meer dan twee leerlingen die het basisniveau niet halen.
Goed nieuws bestaat ook: voor computationeel probleemoplossen scoort Vlaanderen met 523 punten bijna bovenaan Europa. Voor wetenschappen stabiliseerde de score tussen 2022 en 2025. En drie kwart van de leerlingen voelt zich thuis op school.
Wie scoort het slechtst?
Socio-economische achtergrond blijft de sterkste voorspeller, met een kloof van ruim 100 punten tussen het laagste en hoogste kwart. Voor lezen haalt meer dan 4 op 10 leerlingen met een andere thuistaal of migratieachtergrond het basisniveau niet. En dan is er de onderwijsvorm: in het aso presteert minder dan 5% onder het basisniveau, in het bso is dat voor lezen en wiskunde drie kwart van alle leerlingen.
De leeskloof tussen jongens en meisjes verdubbelde
De kloof in leesvaardigheid tussen jongens en meisjes groeide van 16 naar 32 punten in tien jaar. Er is geen simpele verklaring. Pedagoog Pedro De Bruyckere wijst op minder en minder gevarieerd leesaanbod voor jongens, een vicieuze cirkel die zichzelf versterkt. Antischoolse subculturen spelen mee, en ook de schoolcultuur zelf:
"Als je vraagt hoe de ideale leerling eruitziet, schetsen leerkrachten — man of vrouw — een feminien beeld: stil zijn, luisteren, volgzaam zijn. Er is weinig ruimte voor creativiteit, initiatief of fysiek bewegen." — Prof. Els Consuegra (VUB)
Of vrouwen voor de klas de oorzaak zijn? "Hold your horses", zegt De Bruyckere. In Angelsaksische landen vervrouwelijkte het onderwijs al vroeger, zonder dat scores daalden.
Wat zeggen leerkrachten?
Wiskundeleerkracht Davy Buntinx uit Kapelle-op-den-Bos wacht niet op onderzoek om te weten dat het niveau daalt: "We gebruiken al tien jaar een vraagstuk met het woord 'petanque'. Vandaag moeten we eerst uitleggen wat dat is." Een collega: "Plots vroegen twee leerlingen me wat een 'oever' is." De diagnose: een gebrek aan gedeeld referentiekader, versnipperd door algoritmes die iedereen een andere informatiediebubbel voorkauwen.
Zijn collega Ellen wijst op de brede eerste graad: "De spreidstand tussen de sterkste en zwakste leerling lijkt soms op turnen op hoogste niveau. Hoe kan ik een leerling die droomt van techniek motiveren als ik hem eerst door algemene theorie moet loodsen?" Collega Carl: "We verliezen de sterke leerlingen uit het oog. Er is geen gezonde competitie meer."
Wat moet er veranderen?
UGent-onderzoekers Johan van Braak en Liesbet Berlamont pleiten voor een sereen debat, niet voor kampen die naar elkaar wijzen. OVSG-directeur Walentina Cools is concreter: ze vraagt kennisrijke minimumdoelen voor de eerste graad secundair, ook voor bso-leerlingen. "Wanneer zo veel jongeren het basisniveau niet bereiken, mogen we niet wegkijken." De weg naar 2031, wanneer de eerste leerlingen met de nieuwe basisonderwijsminimumdoelen in het secundair stappen, begint nu.
Leerkracht Davy pleit voor kleinere klassen: "Als ik voor 18 leerlingen sta, zie ik individuen. Bij 25 geef ik les aan een groep." En voor samenwerking met ouders: "Beide partijen moeten jongeren helpen om hun dag beter in te plannen."
📌 Op de klasvloer
Wat dit betekent voor jou
Leerkrachten in het algemeen — de PISA-cijfers zijn geen abstracte statistieken maar dagelijkse realiteit: woordenschat die slinkt, automatisch rekenen dat ontbreekt, doorzettingsvermogen dat afbrokkelt.
Praktische tip
Gebruik de PISA-week als aanleiding om met je team één concrete actie vast te leggen voor dit schooljaar: expliciete woordenschatinstructie ook in niet-taalvakken, wekelijkse herhaling voor automatisering, of een afspraak over hoe je sterkere leerlingen blijft uitdagen.